Werk: de pijler van onze samenlevingen, de motor van onze economie, de kern van onze identiteit. Maar er kondigt zich een revolutie aan, niet met een grote knal, maar met een langzame en onomkeerbare erosie. Wat als, deze keer, kunstmatige intelligentie en automatisering zich niet langer beperkten tot het assisteren van de mens, maar een steeds groter deel van de taken overnamen, waardoor onze plaats in de economie fundamenteel wordt herzien? Daniel Susskind neemt ons mee in een diepgaande reflectie over de implicaties van een wereld waarin traditionele werkgelegenheid geleidelijk zijn centrale rol verliest.
Tot nu toe heeft de geschiedenis ons geleerd optimistisch te zijn: elke innovatiegolf, hoe brutaal ook voor werknemers, heeft uiteindelijk meer banen gecreëerd dan vernietigd. Maar vandaag wankelt dit scenario. AI beperkt zich niet langer tot repetitieve taken; het analyseert, optimaliseert en produceert resultaten die voorheen uitsluitend als menselijk domein werden beschouwd. Wat het zo formidabel maakt, is niet dat het de mens imiteert, maar dat het taken anders uitvoert, gebruikmakend van een fenomenale rekenkracht. Geleidelijk aan schuift het de grenzen van onze mogelijkheden op, niet door onze logica te reproduceren, maar door ons te overtreffen op terreinen die ooit exclusief voor mensen leken te zijn. De substitutiekrachten overstijgen de complementariteitskrachten, en het idee van een herstel van de arbeidsmarkt wordt steeds onwaarschijnlijker. Structurele technologische werkloosheid lijkt onvermijdelijk.
Er zijn oplossingen: levenslang leren, flexibilisering van werk, aanpassing aan nieuwe technologische eisen. Maar dit zijn slechts pleisters op een steeds groter wordende kloof. De echte vragen liggen elders: in een wereld waar de rijkdom steeds minder afhankelijk is van menselijke arbeid, hoe zorgen we voor een eerlijke verdeling van de waarde? Wie controleert de economische machtshefbomen wanneer waardecreatie zich losmaakt van menselijke arbeid? Welke betekenis geven we aan ons leven in een wereld waarin werk niet langer de norm is?
“The temptation is to say that because machines cannot reason like us, they will never exercise judgment; because they cannot think like us, they will never exercise creativity; because they cannot feel like us, they will never be empathic. And all that may be right. But it fails to recognize that machines might still be able to carry out tasks that require empathy, judgment, or creativity when done by a human being—by doing them in some entirely other fashion.”
De auteur stelt een oplossing voor in de vorm van een herverdelende “Big State”. Een staat die, in plaats van enkel een regulator te zijn, de architect wordt van een nieuw economisch model waarin werk niet langer in strikt economische termen wordt gedefinieerd, maar als bijdrage. Bijdrage waaraan? Aan de samenleving, het milieu, kennis. Een fundamentele verschuiving waarbij waarde niet langer wordt gemeten in brute productiviteit, maar in globale impact. Onze hele referentiekader voor waardecreatie verandert, van een puur economisch perspectief naar een bredere visie.
Hoewel hij complexe concepten hanteert, presenteert Susskind zijn betoog met helderheid, ondersteund door gedocumenteerd onderzoek en inzichten uit de economie, geschiedenis en toekomstverkenning. Hij haalt onder andere het werk van Thomas Piketty aan over de concentratie van rijkdom en onderzoekt de filosofische implicaties van een mensheid die haar centrale activiteit verliest.
“A world without work” is een uitnodiging om onze samenlevingen opnieuw te doordenken, weg van gevestigde modellen, door transformaties te anticiperen in plaats van ze passief te ondergaan. Want ook al lijkt het einde van werk nog ver weg, de eerste tekenen ervan zijn al zichtbaar.